De oorsprong van thee

 

 

Duizenden jaren geleden begon de theecultuur in China.

 

Het verhaal gaat dat 2737 jaar voor Christus Keizer ShenNung de ontdekker is geweest.

De legende wil dat de keizer, die enkel gekookt water dronk, met het oog op hygiëne in het bos zat waar hij zich verwonderde over de heerlijke geur die ontstond.

Die bleek te worden veroorzaakt door een paar blaadjes van een onbekende plant die in het water waren gevallen. De thee was ontdekt!

 

Nederlandse koopvaarders maakten in de 17e eeuw kennis met thee tijdens hun ontdekkingsreizen naar het Verre Oosten.

 

Handelaren zagen de grote gebruiksmogelijkheden van thee.

Op Java en Sumatra legden de Nederlanders later theeplantages aan.

De Engelsen deden dat in India en Sri Lanka(toen Ceylon)

 

 

Thee is een tropische plant( Camellia Sinensis en de Camellia Assamica) met rose-witte geurige bloesem.

 

In de vrije natuur kan de plant uitgroeien tot een hoogte van zo'n 20 meter.

Op de theeplantages probeert men door snoeien de plant niet hoger dan circa 1 meter te laten worden, dat vergemakkelijkt vooral het plukken van de blaadjes.

Maar de theestruik kan op diverse manieren worden gecultiveerd.

Dit levert een enorme variëteit in soorten op.

In ieder geval heeft een theeplant vruchtbare, humusrijke grond, warmte en vocht nodig om goed te gedijen.

De theestruik heeft 4 a 5 jaar nodig om oogstrijp te worden.

De kwaliteit van de thee is afhankelijk van het type plant of struik, maar ook van de ligging van de plantage ten opzichte van de zeespiegel.

De beste kwaliteit komt van de hooggelegen plantages(high grow), maar er is ook hele goede kwaliteit thee te krijgen van lager gelegen plantages. 

Door de hoogte is het droger en de lagere temperaturen zorgen voor een langzame groei in vergelijking met de lager gelegen plantages(low grow).

Ook het tijdstip van plukken is van invloed op de kwaliteit.

Thee wordt op de meeste plaatsen gedurende het hele jaar geplukt.

Maar de bladeren die tijdens de droge periode worden geplukt, zijn veel langzamer gegroeid dan die in de natte periode van het jaar.

De theebladeren uit de droge tijd zijn doorgaans van betere kwaliteit.

Elke theeplantage is verdeeld in tuinen.

Iedere dag wordt er in een andere tuin geplukt.

Na verloop van tijd(ongeveer 8 a 9 dagen) zijn de theeplukkers weer terug in zo'n tuin.

De theestruik heeft dan de gelegenheid gehad om verder te groeien en weer jonge blaadjes te maken.

 

 

De bekendste theesoorten komen uit Aziatische landen zoals China, Sri Lanka, Indonesië en India.

 

Maar ook enkele Afrikaanse en Zuid Amerikaanse landen zoals Kenia, Malawi en Argentinië zijn belangrijke theeleveranciers.

Doordat klimaat en omstandigheden variëren verschillende soorten uit diverse landen sterk.

Ook per land kan er tussen de diverse districten een aanzienlijk verschil zijn.

In India is de Assam thee uit het noorden heel anders van karakter dan de thee uit het Himalayagebergte(de beroemde Darjeelingthee).